Mooi vormgegeven boeken met een culturele, historische of literaire insteek
Bokkenrijders. De schande van Limburg 1

Bokkenrijders. De schande van Limburg 1

Twee bokkenrijdersprocessen in Overmaas 1743-1745 en 1750-1752

François Van Gehuchten

ISBN9789079226146
Aantal pagina's244
UitgavePaperback
UitgeverLeon van Dorp
€29.50

De hardvochtige vervolgingen, de tortuur, het (on)recht, de mythen en sagen. De al dan niet in groepsverband gepleegde misdaden, variërend van kruimeldiefstallen tot roofmoord. Eden op de duivel, bokken die door de lucht vlogen. Hele streken in rep en roer door het optreden van een (vermeende) bende. En dat allemaal in ‘ons’ Limburg.

Traden er werkelijk georganiseerde groepen misdadigers op? Waren, afgezien van een harde kern criminelen, de meesten niet armlastige eenvoudigen van geest? Hard getroffen door economische tegenwind, misoogsten en strenge winters, en zonder enig sociaal vangnet? Protocommunisten, revolutionairen, verlopen soldateska of papenvreters? Slachtoffers van een vermolmd rechtssysteem met een rampzalige tortuurpraktijk? Spookbeeld, tunnelvisie? Een gerechtelijke dwaling die haar weerga in Nederland niet kent?
Al eeuwenlang boeit het thema Bokkenrijders vele lezers, historici en andere geïnteresseerden.

Eén van hen is François Van Gehuchten (Geel, 1957), een van de medeoprichters van het Bokkenrijdersgenootschap. Jaren geleden besloot hij niet passief te blijven. Als historicus kon hij maar één ding doen: zelf de archieven in en onderzoek doen. In 2002 resulteerde dat in het boek Bokkenrijders. Late heksenprocessen in Limburg (Opglabbeek, 2002). In deze uitgave werden voornamelijk de processen in het huidige Belgisch Limburg onder de loep genomen.

Een vervolg kon niet uitblijven: een onderzoek naar de bokkenrijdersprocessen in de rechtsgebieden van wat nu Nederlands Limburg is. De resultaten waren interessant, en vooral rijk van stof. Wij presenteren nu het eerste deel, handelend over de vervolgingen van 1743-1745 en 1750-1752. In het najaar (november 2014) volgt De schande van Limburg II. Het derde en grootste Bokkenrijdersproces 1771-1777. Beide delen zijn uiteraard complementair, maar kunnen ook los van elkaar gelezen worden. Lees en huiver.
Maar geniet vooral van een ongemeen interessante, maar ook treurige episode in de Limburgse geschiedenis. Vlot geschreven door een auteur die weet waarover hij schrijft.

De eindredactie is van Mark van Dijk.

Recent verschenen

Een Heerlense ziel
Een Heerlense ziel Het dagboek van scholier Jef Oostwegel 1933,1934
Auteur

Camille Oostwegel sr.

DagboekJa, pubers, leer ze mij kennen. Ik was een nakomeling van zes broers die allemaal achtereenvolgens de puberteit doormaakten. Moeilijke knapen, gierende hormonen. Het is ook allemaal te lezen in het dagboek van de jonge Jef Oostwegel. Toch heb ik nooit een jongen gekend die ‘dagboek’ schreef. Wat bezielde hem om dat wel te doen? Bij de eerste pagina begint hij heel dreigend: Wie zich de brutaliteit veroorlooft de inhoud hiervan door te lezen is de grootste schoft die ik ooit in m’n leven ontmoet heb en zal ontmoeten. Toch laat hij 3 januari zijn dagboek al aan een vriend lezen.Ofschoon hij schrijft in 1933 en 1934 is voor mij nog veel herkenbaar. Het dagelijks naar de kerk gaan. Goede Vrijdag geen vlees eten. De zondagen, ook gevuld met mis en vesper. Herkenbaar dus.Hij moet wel een bijzondere belangstelling voor film hebben gehad want hij gaat vaak met vrienden of alleen naar de bioscoop en vindt het belangrijk dat te noteren. Om ‘de ­namen van de film altijd als een herinnering voor later, als dit manuscript eens zijn waarde zal hebben.’ De titels, de acteurs en soms geeft hij in het kort zijn mening.Het puberale verlangen naar een vriendin is ontroerend evenals de verlegenheid om zo’n meisje aan te spreken. Het komt vaak voor in dit dagboek. Op 14 mei zit hij naast Nora aan de communie­bank waar hij ‘de stroom die van haar uitgaat tot in de dikke teen voelt.’Maar na een paar maanden merkt hij dat de dagelijkse aantekeningen spanning missen. Die twijfel komt wel vaker terug. Zo ook op 10 juni. ‘Het is iedere dag hetzelfde.’ Bij herlezing wordt hij beroerd van zijn eigen gezwam.Ja. meisjes, avontuur met vrienden, uitgaan, dat is wat een puber wil en dat wil hij ook. Genieten van vakantie en de pest in hebben als die weer voorbij is. De lessen, de leraren, het komt allemaal voorbij met zijn commentaar.Maar op 13 november besluit hij te stoppen met het dagboek om op 18 mei 1934 weer te beginnen maar dan heeft hij ‘alle liefde uit zijn hart verbannen.’ Dat zal niet lang duren. Daar is dit puberale hart te onrustig voor. Maar ondanks zijn dreigement aan het begin van dit dagboek zal met de publicatie zijn diepste wens toch vervuld worden.Het is een interessant tijdsbeeld van jongeren in de vroege vorige eeuw.Rosalie Sprooten, schrijfsterJa, vadersOh, die vadersZe gaan heen, maar ook weer niet want ze keren gauw terug. En ze komen in je dromen, ze komen wanneer je verdrietig bent, wanneer je raad nodig hebt en onverwachts vind je hun schriften in een la, in een kast, waar men denkt dat ze verloren zijn gegaan.Ze zijn niet verloren gegaan, ze komen altijd terug.Geloof je me niet? Blader dan door de schriften van de vader van Camille.Laat ze gaan, laat ze komen.Mijn salam voor hen allemaal en de dierbare van Camille.Kader Abdolah, schrijver